I Oorsprong
Hurkend aan de oevers van mijn stad in rood en rust van een late zon spiegelt het stuwende water van Roer en Maas een bouwwerk van eeuwen gegroeid onder rusteloze handen van een oud wispelturig verleden.
Onder lichtend neon van de nieuwe tijd ligt dun gestrekt de schaduw van jouw stenen lijf in versmeltende tinten van sepia en pastel als loper voor het kind dat zich steeds weer losmaakt uit de bedaagde vrouw die jij bent.
Zoals jij altijd gevoed bent en gedreven door de puls van nieuwe tijden, soms je weg vergat en weer hervond, of door roekeloze overmoed barstte uit je voegen, struikelde in de haast van je bestaan en in je uitlopers verpauperde, maar steeds weer opstond en rechtstond aan de hand van wie jou liefhad, zo zal ook het kind van nu zijn eigen verleden bouwen door zijn eigenzinnige weg naar de toekomst te gaan.
En lang na vandaag zal weer iemand hurken in rood en rust van een late zon aan de oevers van dan zijn stad en zal zich spiegelen in het stuwende water van Roer en Maas dit bouwwerk van eeuwen gegroeid onder rusteloze handen van een oud en wispelturig verleden.
© Hans van Bergen, 2005
|