|
Stadsgedicht, geschreven en voorgedragen bij gelegenheid van de herdenking rond de nationale veteranendag in Roermond op woensdag 29 juni 2005.
Dit stadsgedicht bestaat uit drie delen:
|
I De stilte
Veel is er niet nodig om steeds weer mijn woorden te laten sterven op de lippen van mijn mond. Niet meer dan elke nacht die verre schreeuw die verder niemand hoort, of de gevangenschap tussen de wanden van mijn herinnering waar achtergelaten gezichten en stemmen voorbijglijden als bladen in albums met foto's van bevroren verledens
Veel is er niet nodig om steeds weer mijn woorden te laten sterven op de lippen van mijn mond. Niet meer dan de oneindige monoloog die bonkend resoneert in de holtes van mijn hoofd over het hoe, het waarom en "had ik maar…" Niet meer dan het schrijnende besef dat na elke strijd tegen machten een blijvende machteloosheid datgene is wat uiteindelijk rest.
Veel is er niet nodig om mijn woorden telkens weer te laten sterven op de lippen van mijn mond.
|
|
II Het Lawaai
Verre stemmen die niet willen wijken groeien elke nacht weer uit tot een storm die kruipt door mijn botten en wrikt aan de wortels van mijn bestaan. Zij die overleefden en zij die bleven marcheren schouder aan schouder in talloze hoofden, nog elke nacht. Overlevenden en gevallenen hebben gemeen dat hun harten nooit meer kloppen in het oude ritme van voorheen.
|
|
III De Hoop
Als je ver weg, onder klapperboom of in zandwoestijn nog weet wie ik ben nu de rook over je land is verwaaid Als je ver weg in sarong of burka nog weet wie ik ben nu het lood al lang door jouw aarde is verweerd Als je ver weg bij bijbel of koran nog weet wie ik ben nu de kleur van mijn helm niet meer is dan een vage veeg van groen of blauw in je geheugen herinner mij dan niet als vermeende god of duivel die de macht over vrede dacht te kennen. maar als mens die in zijn kracht en zwakheid soms slaagde en soms faalde.
Als je ver weg nog weet wie ik ben luister dan niet enkel naar de stemmen die spreken vanuit het veilige pluche van regeringszetels of leunen op bloedeloze dogma's van papieren mandaten en decreten. maar herhaal voor jezelf steeds weer opnieuw de inscripties die jij en ik in al onze verschillen en ons onwrikbare geloof in vrede ooit schreven zij aan zij, met ons bloed en onze tranen in de weerbarstige huid van het leven en die daar voorgoed staan geëtst naast de eeuwige vraag naar het waarom.
|
© Hans van Bergen, Stadsdichter Roermond stadsdichter@roermond.nl
|