Laat hier de stilte spreken…
Een verre ochtend ergens tussen Indië en nu In het huis van mijn oom die zijn eigen tanden trekt en vloekt en stalen woorden spreekt maar breekt als het ijle licht van de morgen als ik hem vraag naar de wandtegel waarop een vlugge pentekening van een sawa, een datum en het woord Salatiga op staan, en dan wegzinkt in een stilte van dagen, weken soms.
Op een verre ochtend ergens tussen Indië en nu zag ik je dwalen over de lege velden in je hoofd, spreken met nooit vergeten namen, en oude handelingen afdraaien, keer op keer op keer, als een mallemolen om een versleten as. En tegen beter weten in hopen dat die beelden misschien een keer, een keer maar, anders zouden eindigen dan in de werkelijkheid die jij alleen kent.
Daar in die ochtenden en in zes of misschien tien door schaamte en onbegrip gepolijste en uitgebeende regels in een verzwijgend geschiedenisboek ligt mijn eerste band met Indië, Lombok Salatiga. Woorden die soms opklonken tussen zwijgen, vloek en woordstaal uit het verwarde geweten van mijn oom. En in mijn kinderlijke verwarring klonken die namen als bezweringen, toverwoorden. En misschien waren ze dat ook wel, uitgesproken om het schroeiende vuur van de herinnering te blussen.
Een vroege ochtend ergens tussen Indië en nu. In afgemeten mate vouwt mijn oom een flard herinnering voor me open. Kleine stukjes van de Indiëpuzzel in zijn hoofd legt hij in onduidelijke samenhang voor me uit. Ze maken mijn verwarring over wat hij ziet en hoort en voelt achter mijn vraag naar Salatiga alleen maar groter. Tot ik veel later pas begon te beseffen dat niet de puzzelstukjes maar juist de lege plekken tussen zijn spaarzame woorden zijn echte verhaal vertellen.
Laat daarom hier in dit park van nooit vergeten namen uit respect voor duizenden gekoesterde lege plekken in evenzoveel hoofden en verhalen slechts de stilte spreken. Laat hier slechts de stilte spreken…
Laat hier slechts de stilte spreken, als het zonlicht breekt in de verzonken letters van de namen die zich weerbarstig verzetten tegen hun grootste vijand, de tijd. Want was het niet de tijd die hen opriep hun jeugd te wissen voor volk en vaderland? Was het niet de tijd die hen riep uit naam van een democratie om hen daarna als eerste de rug toe te keren? Laat hier alleen de wind vertellen over levens die braken in het licht van een discutabele politiek en een achterhaalde tijd. Laat elk blad hier ruisen en fluisteren dat jullie nog maar jongens waren die marcheerden op het ritme van een vergeten tijd. Zo anders toen dan nu.
Laat hier de stilte spreken. Laat wie er niet bij was zwijgen hier, en luisteren naar de woorden die nooit gezegd mochten of konden worden maar hier als naakte waarheid verankerd liggen in elke voetstap, elke windzucht en elke streek van een hand over de achtergebleven namen die zegt: "Ik mis je…" Laat wie er niet bij was zwijgen hier om zich uiteindelijk de vraag te stellen "Veteraan, wat was jouw oorlog dan?"
Laat hier de stilte spreken en haar veilige adem strijken, teder, over oude wonden in vlees en ziel. Laat haar de strakke paradepas van de legers die eindeloos stampvoeten door jullie nachten transformeren tot opnieuw de speelse ongeschonden tred van jullie verloren jeugd.
Goed, laat hier dan wel de stilte spreken maar laat buiten de poorten van dit park de onverstoorbare stemmen voortrazen en tieren om ons, de kinderen van ver na Indië en voor nu, op te roepen te blijven onderzoeken, te blijven herinneren en te blijven leren van de tijd.
Laat hier de stilte spreken uit naam van duizenden, hun naamzuilen als stalen pinnen geslagen in het geweten van een onverschillige wereld om af te dwingen éérst te luisteren vóór het vlugge en gemakzuchtige oordeel. En altijd weer te blijven vragen: "Veteraan wat was jouw oorlog dan?" "Veteraan, wat is jouw oorlog dan?"
|