|
Gedicht geschreven in de aanloop naar de begrotingsbehandeling door de Roermondse gemeenteraad, in het licht van het vrijwel gelijktijdig in werking treden van de Voedselbank om zo'n 120 armlastige gezinnen in dezelfde gemeente bij te springen.
|
Verborgen armoede
Ik ben de zwijgende zeg je De stille, de verborgene Die zich naamloos ophoudt Aan de rand van façadelicht Van zilvergeld en goud.
Ik ben de zwijgende zeg je Maar ken je de pijn Van het telkens verliezen Van mijn tong Als ik bijt op hout Niet enkel van de honger Maar om te smoren Mijn woord van schaamte?
Ik ben de zwijgende zeg je, Maar waar ben je als Mijn woorden eenzaam stukslaan Tegen het overschot van een Afgekeerde wereld.
Ik ben de zwijgende zeg je Maar verberg me niet, Verstop me niet Verstil me niet. En noem mij bij mijn naam Raap de gebroken woorden Die ik spaarzaam achterlaat En leg ze voor je uit tot een zin Luister dan Naar mijn versplinterd verhaal.
|
© Hans van Bergen, Stadsdichter Roermond stadsdichter@roermond.nl
|