|
Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking getreden. De Wmo vervangt de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), de Welzijnswet en het onderdeel 'huishoudelijke verzorging' van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
Het doel van de Wmo is: meedoen. Meedoen van álle burgers aan álle facetten van de maatschappij, al of niet geholpen door vrienden, familie of bekenden. Dat is de onderlinge betrokkenheid tussen mensen. En als die mogelijkheid er niet is, dan is er ondersteuning vanuit de gemeente.
Iedere gemeente mag zelf bepalen hoe ze de maatschappelijke ondersteuning organiseert. Hierdoor komen er onvermijdelijk verschillen tussen gemeenten.
Elke gemeente biedt immers maatwerk, afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van haar burgers.
Binnen de Wmo zijn de voorzieningen zoals rolstoelen of huishoudelijke hulp, erg belangrijk voor mensen die door ziekte of beperking niet meer zo goed aan de maatschappij kunnen deelnemen. Sinds 1 januari 2007 kunt u deze voorzieningen aanvragen bij de gemeente. Wilt u weten hoe dat geregeld is? Klik dan hier.
Naast het regelen van de Wmo-voorzieningen, heeft de gemeente met de Wmo ook de taak gekregen om op een 9-tal terreinen beleid te ontwikkelen en meer samenhang aan te brengen dan tot nu toe het geval was (de zogenaamde prestatievelden). Prestatievelden die in 2007 verder uitgewerkt zullen worden zijn bijvoorbeeld de ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers, de cliëntinspraak en het brede Wmo-loket. Voor meer informatie over de 9 thema's, klik hier.
|