Voorwaarden kampvuur / feestvuren / Sint Maartensvuren
VOORWAARDEN KAMPVUUR / FEESTVUUR / SINT MAARTENSVUUR
Een kampvuur, mag niet groter zijn dan 2 m3 en moet tenminste 10 meter van de bebouwing, voer- of vaartuigen en tenminste 30 meter van een bos- of heideterrein worden aangelegd.
Bij Sint-Maartensvuren, paasvuren, vreugdevuren, oudejaarsvuren en bij kerstboomverbranding mag de brandstapel niet groter zijn dan 125 m3. (los gestort materiaal) De afstand tot bebouwing, voer- of vaartuigen moet dan tenminste 30 meter en tot bos- of heideterreinen tenminste 100 meter zijn.
Alleen het stoken van winddroog hout in natuurlijke toestand (d.w.z. ongeverfd e.d.) is toegestaan.
Er moet zodanig worden gestookt, dat geen vliegvuur ontstaat. Bij windkracht 4, op de schaal van Beaufort, of meer mag het stoken geen doorgang vinden.
De ondergrond van de vuurstapel mag geen deel uitmaken van de verbranding.
Na afloop van het kampvuur moeten alle gloeiende resten worden gedoofd.
De resten van de verbranding moeten binnen 24 uur worden opgeruimd.
Er mag alleen worden gestookt onder toezicht van een meerderjarige.
Het gebruik van lichtontvlambare vloeistoffen, zoals benzine, voor het aansteken van het vuur is niet toegestaan.
Als tijdens het stoken blijkt, dat onder invloed van de heersende weersgesteldheid het verkeer of bewoners in de omgeving last hebben van hinderlijke rookgassen, dan moet het stoken onmiddellijk worden gestaakt.
Waneer er sprake is van enige vorm van openvuur dient er minimaal een klein blusmiddel met een vulling van tenminste 6 kg of liter blusstof aanwezig te zijn. Het kleine blusmiddel moet permanent bereikbaar en voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. Elk kleine blusmiddel dient conform de NEN 2559 te zijn onderhouden. Dit houdt in dat elk blusapparaat minder dan twee jaar geleden door een daartoe opgeleid persoon moet zijn goedgekeurd en van een geldig keurmerk moet zijn voorzien.