|
 |
| Eeuwen herleven in de statenzaal |
|
|

|
|
Karel VI, Hertog van Gelre, (1716-1740); door J. Sitterich (1719) |
|
 |
|
Maria-Theresia, Hertogin van Gelre (1740-1780); door H. Leemans (1751) |
|
 |
|
Keizer Leopold II, Hertog van Gelre (1790-1792); door V.D. Dambacher (1792) |
| In de loop van de veertiende eeuw ontstaat in Roermond de behoefte aan een gebouw waarin de voornaamste openbare diensten kunnen worden ondergebracht. Dit onderkomen –in 1399 aangeduid als ‘raithuys’- moet dienen als centrum van stedelijke rechtspraak en bestuur en als symbool van stedelijke vrijheid en macht. Vanaf het begin van de vijftiende eeuw wordt het stadhuis van Roermond tevens gebruikt als vergaderplaats van de Staten van het Overkwartier van Gelre waarvan Roermond, als hoofdstad, deel uitmaakt. Rond 1700 doet de stedelijke regering aan de Staten het aanbod om twee vertrekken aan de zijde van de Markt om te vormen tot één grote zaal ‘waerinne de heeren van de ridderschappe ende van de steden uuyt hunne camers sullen cunnen commen om de petitiën t’aenhoren ende conferentiën te houden’. De Staten gaan uiteraard akkoord en de totstandkoming van de ‘Statenzaal’ is een feit.
18e eeuw
Uit het begin van de 18e eeuw stamt de prominente haardpartij die van meet af aan tegen de noordelijke wand is gepositioneerd. De positie van de haard is niet alleen praktisch van belang maar speelt ook in symbolisch opzicht een belangrijke rol bij vergaderprocessen van de Staten. Sinds 1719 prijkt boven de haard de beeltenis van de Oostenrijkse aartshertog Karel VI, hertog van Gelre. Het portret, waarop de vorst ten voeten uit is weergegeven, wordt in opdracht van de Staten van het Overkwartier door de Roermondse schilder J. Sitterich vervaardigd. Behalve de beeltenis van Karel VI hangen in de Statenzaal nog een achttal olieverfportretten van landsheren uit de periode 1621-1795.
19e eeuw
In de negentiende eeuw (na de Franse bezetting) is het stadhuis alleen nog ingericht ten behoeve van stedelijke voorzieningen. De representatieve Statenzaal dient in deze periode in hoofdzaak als ontvangstruimte bij officiële aangelegenheden.
20e eeuw
Vanwege de slechte bouwkundige toestand van het stadhuis wordt in 1905 en 1906 op verzoek van architect, restaurateur en gemeenteraadslid Pierre Cuypers, het stadhuis verbouwd. Burgemeester en wethouders grijpen de verfraaiing aan om tevens een nieuwe raadszaal te creëren die wordt ondergebracht in de Statenzaal. Vooruitlopend op een omvangrijke renovatie van het stadhuis, uitgevoerd in 1953-1955 en in 1962, laat de gemeente Roermond in 1947 als eerste de Statenzaal restaureren door M. Volkhemer. Volkhemers aanpassingen aan de Statenzaal zijn met name bedoeld om het historische karakter beter tot uitdrukking te brengen.
21e eeuw
Het Monumentenhuis Limburg schrijft in 2002 een cultuurhistorisch rapport over de Statenzaal dat dient als basis voor een renovatie. De werkzaamheden omvatten o.a. het verwijderen van de muurstijlen, schilderen van kozijnen, deuren, plafond en lambrisering, vervanging van gordijnen en Perzische tapijten en het opknappen van het Cuypersmeubilair. Tevens wordt de oude geluidsinstallatie vervangen. Tegenwoordig wordt de "beste" kamer van het stadhuis hoofdzakelijk gebruikt voor officiële ontvangsten, recepties en natuurlijk bij het sluiten van een burgerlijk huwelijk. U kunt het stadhuis beperkt bezoeken.
|