Munsterkerk

U bevindt zich hier: Home » Bezoeker » Cultuur en Historie » Monumenten in Roermond » Munsterkerk

Munsterkerk

De Onze Lieve Vrouwe Munsterkerk is een van de mooiste overblijfselen van de romaanse bouwkunst in Nederland. De kerk is gebouwd in het begin van de dertiende eeuw. De kerk is in verschillende fases en tijden gebouwd, daardoor is de oostelijke zijde in zuiver laat-romaanse stijl gebouwd en kent de westelijk zijde al gotische kenmerken. Het middenschip is echter zuiver romaans met zijn versieringen, de galerijen boven de beide zijbeuken en de grote ramen.

Graaf Gerard IV

Oorspronkelijk maakte de Munsterkerk deel uit van een klooster der Cisterciënzernonnen. De moeder van graaf Gerard wilde, nadat zij weduwe was geworden, toetreden tot de orden van de Cisterciënzernonnen. Om zijn moeder in de omgeving te houden, stichtte de graaf de Abdij, waar zijn moeder de eerste abdis van zou worden.
Eigenlijk is de kerk eigenlijk veel te groot en te weelderig voor deze kleine kloosterorde. De rede hiervoor is dat de kerk ook gebouwd is om als laatste rustplaats voor de graaf en zijn vrouw te dienen.
Maar er speelden ook andere motieven een rol bij de stichting van de kerk en abdij. Graaf Gerard dacht dat de abdij een gunstige ontwikkeling zou kunnen hebben op het economische klimaat in het sterk groeiende Roermond. Zo werd er onder andere een molen ter beschikking van de abdij gesteldvoor de producties van laken- en linnengoed.
Het hele Munstercomplex bestond uit meerdere gebouwen. Aan de zuidzijde bevonden zich de kloostervertrekken die met een kruisgang met de kerk verbonden waren. Aan de westkant stond aanvanklijk een ruime tiendschuur, die later werd veranderd in een abdissenhuis. Bovendien stonden er aan het huidige Munsterplein en Hamstraat diverse verblijfs- en dienstgebouwen.
De lichamen van de graaf en zijn gemalin werden rond 1230 in de kerk bijgezet. Hun praalgraf bevindt zich meer dan 750 jaar later nog steeds op dezelfde prominente plek; in de sarcofaag voor het hoofdaltaar onder de grote koepel. Het grafmonument is door zijn ouderdom en stijl uniek in Nederland.

Roerige tijden

Tijdens de stadsbrand van 1665 liep ook de Munsterkerk behoorlijke schade op. Gedurende de herstelwerkzaamheden werd er op de westbouw een nieuwe lantaarnvormige klokkentoren toegevoegd en kwam er op de koepeltoren een gebogen dak.
Door de stadsbrand en diverse oorlogen was de financiële toestand van de abdij behoorlijk verslechterd. Bovendien daalden jaarlijks de aanmeldingen voor toetredingen tot de kloosterorde. Desondanks weet de kloosterorde opheffing te voorkomen tot de Franse inval in 1796. De gehele inventaris van de Munsterabdij viel ten prooi aan de Franse troepen. Op 18 september 1796 werd de Franse wet ingevoerd die alle kloosters verbood, omdat deze strijdig waren met het recht op vrijheid.
Toen de abdij op 17 februari 1797 werd opgeheven waren er nog slechts 7 nonnen, waaronder de abdis.
De Franse troepen gebruikten een deel van de kloostergebouwen als kazerne en de rest als gevangenis, de kerk werd gebruikt als paardenstal. In 1803 werd de kerk echter weer vrijgegeven voor kerkdiensten. 
De gebouwen werden door de Fransen compleet uitgeleefd en het een na het andere werd afgebroken. Op de plaats van het abdissen huis verrees in 1885 een kiosk.
Tegenwoordig is de Munsterkerk nog het enigste dat is overgebleven van de abdij. Fragmenten van de kloostergebouwen, zoals de kapitelen, zijn te zien in het Stedelijk Museum.

Spraakmakende restauratie door Cuypers

De kerk zag er begin 19e eeuw sterk verwaarloosd uit. Toen koning Willem II een bezoek bracht aan Roermond was hij zo onder de indruk van de deplorabele toestand van de kerk dat hij 4000 gulden schonk voor de onderhoud aan de kerk.
In 1850 was de toestand, ondanks de koninklijke gift, zo zorgwekkend dat men besloot de kerk geheel te restaureren. Onder leiding van architect dr. Pierre Cuypers werd de kerk van 1864 tot 1891 compleet gerestaureerd en verbouwd. Cuypers verving de 18e eeuwse barokke klokkentoren door twee vierkante hoektorens. Ook verving hij de twee torens boven het priesterkoor door twee kleinere versies van de vierkante hoektorens.
Niet iedereen was het eens met deze drastische veranderingen. In de geschiedenis van de monumentzorg is de verbouwing van de Munsterkerk een van de omstreden restauraties.
Ook het interieur werd door Cuypers aangepakt. Zo werden de oude kalk en pleisterlagen verwijderd en vervangen door nieuwe met versieringen met symboliek. Ook werd de vloer weer teruggebracht tot het oorspronkelijke, lagere niveau, waarna het grafmonument op een sokkel werd geplaatst. De restaurateurs zelf werden vereeuwigd in de beelden van de vier evangelisten die het nieuwe hoofdaltaar sierden en in de nieuwe kapiteeltjes in de straat kapellen van de apsis.
Na de restauratie has het interieur typisch neogotisch geworden.
In 1924 werd de laatste kloostergebouwen gesloopt. Voorafgaande hieraan werd een conflict op hoog niveau uitgevochten tussen de regering en het stadsbestuur enerzijds en enkele gezaghebbende Roermondenaren anderzijds. De bestuurders wonnen het confict en enkele fotos' en tekeningen zijn het enigste wat nog resten van de ooit zo fraaie Cisterciënze kloostervertrekken. Enkel de straatnaam Abdijhof herinnerd nog aan de plaats waar de kloostergebouwen gestaan hebben.

Oorspronkelijke schilderingen

De kerk overleefde de tweede wereldoorlog zonder grote schade, alleen de kerkklokken werden geroofd en een groot glas-in-loodraam sneuvelde. Ook liep de oostkant lichte schade op door granaatscherven.
Tijdens een restauratie in 1959 ontdekte men op het priesterkoor onder zware pleisterlagen schilderingen uit de begintijd van de kerk; de 13e en 14e eeuw.  De schilderingen beelden taferelen uit het nieuwe testament uit. Ook werd er boven de koepel een versierrand met fabeldieren blootgelegd. Zo werden gedeelten van de oude kerk weer zichtbaar voor het publiek.

Pronkstukken

Uiteraard is de kerk zelf het grootste pronkstuk van de voormalige abdij. Maar ook het interieur kent diverse fraaie kunstwerken.
Het meest aansprekende is het vorstelijke praalgraf graaf Gerard IV en zijn vrouw. Het echtpaar is slapend afgebeeld als beeldengroep op de sarcofaag. Dit grafmonument zou volgens bronnen het oudste grafmonument in Europa zijn.

De afgelopen twintig jaar werd de kerk ingrijpend gerestaureerd, maar weer, wind en luchtvervuiling vormen een constante bedrijging en aantasting van de kerk. Het zachte mergel van de stenen waar de kerk mee is gebouwd is zeer kwetsbaar. Dit bleek weer eens tijdens de aardbeving in 1992 toen de kerk grote schade opliep.
Dankzij vele financiële giften in het verleden en het heden blijft de kerk voor het nageslacht behouden. Door een recente gulle gift wordt momenteel het praalgraf weer in oude ere hersteld.