Veel gestelde vragen over verkeer en parkeren

Op deze pagina vindt u veel gestelde vragen over verkeer en parkeren. 

De volgende onderwerpen komen aan bod:

 

Parkeren

1: Parkeren is niet alleen in sommige delen van Roermond een probleem, maar ook in vele andere gemeenten speelt deze problematiek. De oorzaak van de parkeerproblematiek is veelzijdig. De belangrijkste oorzaak is het nog altijd toenemende autobezit in Nederland. Er komen steeds meer auto’s bij. Vroeger had een gezin niet altijd een auto, laat staan twee of drie. Tegenwoordig zijn bij sommige gezinnen al meer dan drie auto’s te vinden. De wijken zijn daar uiteraard niet op ingericht. Het huidige aantal parkeerplaatsen is namelijk gebaseerd op de parkeernorm die gold op het moment dat de straat / wijk werd ingericht. 

De vraag of er meer parkeerplaatsen bij kunnen komen is afhankelijk van verschillende factoren: 

  • de ernst van het parkeerprobleem; 
  • de wenselijkheid om meer parkeerplaatsen aan te leggen, dit gaat namelijk bijna altijd ten kosten van groen of van speelplekken en dus van de leefbaarheid; 
  • de technische en financiële mogelijkheden om meer parkeerplaatsen aan te leggen.

De ruimte is beperkt en het aanleggen van parkeerplaatsen is kostbaar. Daarom bekijkt de gemeente tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de weg of het riool, opnieuw de inrichting van de weg. Als het wenselijk en mogelijk is worden er aanpassingen in het wegontwerp gedaan om eventueel meer parkeerruimte te kunnen creëren. 

2. Parkeren voor een garage of een in- of uitrit is volgens de verkeersregels niet toegestaan, ook niet als het een eigen inrit is. Wanneer iemand voor een inrit of een uitrit parkeert dan kunnen weggebruikers de in- of uitrit niet gebruiken en is er sprake van hinder. Dit soort parkeergedrag valt onder ‘hinderlijk parkeren’ waarop gehandhaafd kan worden. Van weggebruikers verwachten wij dat ze weten dat je voor een in- of uitrit niet mag parkeren. Hiervoor zijn dus geen extra maatregelen, zoals een parkeerverbod, een gele streep of een wit kruis, nodig. 
U kunt de overtreder op het foutieve gedrag aanspreken. Ook kan het helpen om een bord aan te brengen op uw poort met de tekst ‘’verboden te parkeren’’. Helpt dit niet, dan kunnen Stadstoezicht en de politie hierop handhaven. 
 

3. Er wordt bijvoorbeeld op het trottoir geparkeerd of voor een in- of uitrit. Dit soort parkeergedrag valt onder ‘hinderlijk parkeren’ waarop gehandhaafd kan worden. Van weggebruikers verwachten wij dat ze weten dat je niet op het trottoir of voor een in-/uitrit mag parkeren. Hiervoor zijn dus geen extra maatregelen, zoals gele strepen, extra borden, paaltjes of witte kruisen nodig. De gemeente probeert om zo min mogelijk obstakels te plaatsen in het belang van de kwaliteit van het straatbeeld. 

4.Onder ‘laden en lossen’ wordt volgens de verkeersregels verstaan de tijd die nodig is om goederen/spullen (van enige omvang/gewicht) in of uit te laden. Het laden en lossen moet onmiddellijk gebeuren. Het in- en uitstappen van personen en het opladen van elektrische auto’s valt hier niet onder. 
Parkeren is wanneer een voertuig langer stilstaat dan nodig is voor het onmiddellijk in- en uitstappen van personen of voor het laden en lossen. Het wachten op een passagier die bijvoorbeeld een snelle boodschap doet valt ook onder parkeren. Hierbij maakt het niet uit of de bestuurder wel of niet aanwezig is in het voertuig.

5. U mag een groot voertuig of een bedrijfsauto niet altijd in een wijk parkeren. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Roermond staan de geldige regels.  
De APV vermeldt dat het parkeren van een voertuig langer dan 6 meter òf hoger dan 2,40 meter binnen de bebouwde kom op werkdagen verboden is tussen 18:00 en 8:00 uur en in het weekend de hele dag, behalve op een daarvoor aangewezen plaats.
 

6. Aanhangers, caravans en andere voertuigen zijn niet bestemd voor het ‘dagelijks’ vervoer. Om die reden is het plaatsen daarvan op de openbare weg alleen toegestaan als het niet langer duurt dan drie achtereenvolgende dagen op dezelfde plaats of met enige verandering van plaats. Voorwaarde is dat deze niet langer dan 6 meter òf hoger dan 2,40 meter is. In dat geval zijn namelijk ook de regels van toepassing die gelden voor het parkeren van grote voertuigen (zie hierboven). 
Tijdens die drie dagen is er gelegenheid om de caravan of aanhanger gereed te maken voor bijvoorbeeld een vakantie. Als het voertuig langer dan drie dagen op de openbare weg staat kan de gemeente het voertuig wegslepen.
 

7. Laden/lossen in de voetgangerszone mag van maandag tot en met vrijdag tussen 7:00 en 12:00 uur en na 18:00 uur, op donderdag vanaf 21:00 uur. Hier is geen ontheffing voor nodig. 
Als er buiten deze dagen en tijden geladen/gelost wordt, moet hier een ontheffing parkeer- en verkeersregels voor worden aangevraagd. 

Op zaterdag en zondag mag er overdag geen verhuiswagen parkeren in de voetgangerszone. Er moet dan gebruik worden gemaakt van de laad- en loshavens, gelegen aan de rand van de voetgangerszone. 

Let op: als er gebruikt wordt gemaakt van een verhuislift dan is er altijd een ontheffing nodig. Deze kunt u hier aanvragen aanvragen.

8. Op een terrein waar het vierkante blauwe P-bord staat, mag alleen in de vakken worden geparkeerd. Parkeren buiten de vakken is niet toegestaan. Uitgezonderd zijn bestuurders met een gehandicaptenparkeerkaart zolang dit niet hinderlijk is voor het overige verkeer. Stadstoezicht en de politie kunnen hierop handhaven. 

9. In een gebied waar een parkeerverbodszone geldt, mag alleen in de vakken worden geparkeerd. Uitgezonderd zijn bestuurders met een gehandicaptenparkeerkaart zolang dit niet hinderlijk is voor het overige verkeer. Stadstoezicht en de politie kunnen hierop handhaven. 

10. Er zijn twee soorten gehandicaptenparkeerplaatsen: 

  • algemene gehandicaptenparkeerplaatsen
  • persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaatsen

Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen

Een algemene gehandicaptenparkeerplaats is een parkeerplaats voor mensen die voor een lichamelijke beperking een gehandicaptenparkeerkaart hebben gekregen. Andere bestuurders mogen hier niet parkeren. Wanneer u een gehandicaptenparkeerplaats gebruikt, moet u ervoor zorgen dat uw gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar achter uw voorruit ligt.
In het centrum van Roermond kunt u op de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen maximaal 3 uur parkeren (gratis). U moet een parkeerschijf gebruiken. Dit staat met een onderbord aangegeven.

Persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaatsen

Bewoners die een gehandicaptenparkeerkaart hebben, kunnen in aanmerking komen voor een persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats. Hiervoor gelden de volgende regels:

  • U heeft al een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart. Deze kunt u aanvragen op de pagina 'gehandicaptenparkeerkaart'.
  • U bent in het bezit van een auto, brommobiel of gehandicaptenvoertuig.
  • U heeft géén eigen parkeergelegenheid bij uw woning of appartementencomplex, zoals een oprit, carport, garage of terrein.

De gemeente beoordeelt of de parkeerdruk zo hoog is dat u uw auto regelmatig niet in de directe omgeving van uw woning kunt parkeren. Ook beoordeelt de gemeente of de verkeersveiligheid en het doelmatig gebruik van de weg door de aanleg van de gehandicaptenparkeerplaats niet in het gedrang komen.


Elektrische voertuigen

1. In de gemeente wordt de komende jaren een netwerk van openbare laadpalen geplaatst. Bij openbare laadpalen van onze samenwerkingspartner Vattenfall InCharge laad u altijd 100% uit wind opgewekte stroom van Nederlandse windmolens van Vattenfall.
Bestaande laadpalen in Roermond vindt u via www.oplaadpalen.nl.

Snel laadpalen in de buurt vinden

Er zijn allerlei apps om een laadpaal in de buurt te zoeken. Onze samenwerkingspartner Vattenfall InCharge biedt de gratis InCharge app aan. Daarin vindt u alle openbare laadpalen, ziet u of een laadpaal vrij is en rijdt u er direct naartoe met de ingebouwde navigatiefunctie.

2. Niets. U betaalt alleen voor het opladen van uw elektrische auto. Als de laadpaal binnen het gebied betaald parkeren staat, dan moet u wel betalen bij een parkeerautomaat of via een parkeerapp.

3. Heeft u een elektrische auto en geen mogelijkheid om op uw eigen terrein te laden, dan kunt u in aanmerking komen voor een openbare laadpaal binnen 300 meter loopafstand. Die laadpaal kost u niets, u betaalt alleen voor het opladen van uw elektrische auto. Een laadpaal, ook al is die door u aangevraagd, is openbaar en dus voor iedereen te gebruiken. 

Een laadpas aanvragen

Om de laadpalen te gebruiken heeft u een laadpas nodig. De laadpas van Vattenfall InCharge is gratis en werkt op alle publieke laadpalen in Nederland. U vraagt de laadpas aan via incharge.vattenfall.nl/onderweg-laden/laadpas/.

 

4. De parkeerplaatsen bij de laadpunten zijn te herkennen aan een P-bord met de tekst: ‘’opladen elektrische voertuigen’’. Elke laadpaal op straat heeft standaard twee laadpunten (op enkele uitzonderingen na). 
Bij een elektrische oplaadpaal zijn altijd één of twee parkeerplaatsen gereserveerd voor het opladen van elektrische auto’s. De gereserveerde oplaadplekken mogen alleen gebruikt worden door elektrische auto’s, als zij ook daadwerkelijk aan de oplaadpaal zijn aangesloten. Zolang uw auto aan het opladen is, mag de auto in het parkeervak staan. Is uw batterij vol? Verplaats dan uw auto zodat iemand anders de laadpaal kan gebruiken.  

Moet ik parkeergeld betalen wanneer ik gebruik maak van een laadpaal?

Als de laadpaal binnen het gebied betaald parkeren staat, dan moet u betalen bij een parkeerautomaat of via een parkeerapp. 

5. Dat doen wij samen met onze samenwerkingspartner Vattenfall InCharge. In de gemeente wordt de komende jaren een netwerk van openbare laadpalen geplaatst. Vattenfall InCharge en de gemeente bepalen waar een laadpaal komt. Vattenfall InCharge let er vooral op of er voldoende laadmogelijkheden zijn. Het kan gebeuren dat er nog geen laadpaal bij u in de buurt is. Vraag dan een laadpaal aan via de website van Vattenfall InCharge.

6. Dat doen wij samen met onze samenwerkingspartner Vattenfall InCharge. In de gemeente wordt de komende jaren een netwerk van openbare laadpalen geplaatst. Vattenfall InCharge en de gemeente bepalen met hulp van de informatie van de netbeheerder de locaties. Vattenfall InCharge let er vooral op of er voldoende laadmogelijkheden zijn. Bent u zelf de aanvrager van de laadpaal, dan wordt deze meestal binnen een maximale loopafstand van 300 meter van uw woning geplaatst. 

7. Bel het storingsnummer op de laadpaal of geef de storing door via de Vattenfall InCharge app. De storing wordt dan zo snel mogelijk verholpen. 

8. De laadpalen die geplaatst worden zijn van Alfen Twin en hebben een laadvermogen tot 11 kW. De werkelijke snelheid waarmee u gaat laden hangt af van het type auto. De laadpaal geeft het hoogst mogelijke beschikbare vermogen, als de auto op die snelheid kan laden. Ook hangt de werkelijke snelheid waarmee u gaat laden af van de bezetting van de laadpaal:

  • Als er één 3-fase auto laadt dan krijgt die 3x 16 Ampère
  • Als er twee 3-fase auto's laden krijgen ze ieder 3x 12 Ampère
  • Als er één 1-fase auto laadt dan krijgt die 1x 16 Ampère
  • Als er twee 1-fase auto's laden krijgen ze ook ieder 1x 16 Ampère

De laadpaal geeft altijd minimaal 3,7 kW aan elektrische auto’s die zijn aangekoppeld. 

9. Maak hiervan een melding via de Vattenfall InCharge app. 

10. Via de openbare kaart blijft u op de hoogte van laadpalen die in ontwikkeling zijn. Zo weet u al voordat de laadpalen er staan waar er laadpalen gaan komen. Uiteraard ziet u hier ook de laadpalen staan waar u al gebruik van kunt maken. 


Snelheid

1. Het treffen van verkeersmaatregelen is meestal een kostbare zaak. Het effect is meestal plaatselijk opgelost, maar het nadeel is dat veel weggebruikers voor de verkeersmaatregel afremmen en daarna weer gas geven. Hierdoor moeten er al snel meerdere verkeersmaatregelen achter elkaar worden genomen om de snelheid laag te houden. 

Zodra in een straat groot onderhoud wordt uitgevoerd, wordt de bestaande inrichting van de weg bekeken. Wij houden dan onder andere rekening met eventuele ongevallen die hebben plaatsgevonden, de toegestane maximumsnelheid, de snelheden die daadwerkelijk gereden worden en de hoeveelheid en het soort verkeer dat door de straat komt. Op basis daarvan wordt bekeken of snelheidsremmende maatregelen nodig zijn. Uiteraard maakt het gemeentebestuur de uiteindelijke afweging of de maatregelen uitgevoerd worden en moeten de financiële middelen voldoende toereikend zijn. 

Buiten de onderhoudswerkzaamheden is slechts op zeer beperkte schaal uitbreiding van het aantal snelheidsremmende maatregelen mogelijk. 

Op wegen met een maximumsnelheid van 50 km/uur of 80 km/uur worden in principe geen snelheidsremmende maatregelen toegepast. 

Elektronisch snelheidsdisplay

De gemeente is in het bezit van enkele elektronische snelheidsdisplays. In de meeste straten is het mogelijk om deze gedurende een periode van vier weken op te hangen. De ervaring is dat dit een positief effect heeft op de gereden snelheid. 

Toolbox 30 km/uur

Om als buurt gezamenlijk aandacht te vragen voor de verkeersveiligheid is het mogelijk om hiervoor een toolbox aan te vragen bij Veilig Verkeer Nederland. Meer informatie over deze toolbox kunt u hier vinden.  

2. Handhaving op de snelheid van het verkeer is een bevoegdheid van de politie. Een verzoek om handhaving zal met de politie worden opgenomen. Verzoeker kan natuurlijk ook rechtstreeks met de politie contact opnemen. 

Om te bepalen of er ergens structureel te hard gereden wordt, gaat men uit van het 85-percentiel. Het 85-percentiel is een snelheidswaarde die voortkomt uit snelheidsmetingen. 85% van de weggebruikers rijdt deze snelheid of langzamer. Als deze waarde hoog boven de maximumsnelheid ligt, geeft de gemeente dit door aan de politie. De politie bepaalt of zij gaan handhaven. 

3. De gemeente is in het bezit van enkele elektronische snelheidsdisplays. Deze worden verspreid door de gemeente voor een periode van ongeveer vier weken op een bepaalde locatie opgehangen. Dit maakt onderdeel uit van de gedragsbeïnvloedingscampagne. U kunt een verzoek indienen om zo’n display tijdelijk bij u in de straat op te hangen. Dit verzoek kunt u mailen naar verkeer@roermond.nl, met gegevens over de gewenste locatie en een inhoudelijke onderbouwing. 

Om de snelheidsdisplays in te kunnen zetten, moeten de locaties aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten er lantaarnpalen aanwezig zijn die hoog en stevig genoeg zijn om een display aan op te kunnen hangen. 
Er moet voorkomen worden dat het langsrijdend verkeer fysiek hinder heeft van het display. Dit betekent dat in straten met lage lantaarnpalen het snelheidsdisplay vaak niet ingezet kan worden. 


Verkeersregels

1. In woonerven mogen voetgangers de weg over de volle breedte gebruiken. De maximumsnelheid bedraagt voor alle bestuurders ‘stapvoets’, dat is maximaal 15 km/uur.
Parkeren is alleen toegestaan in de aangegeven parkeervakken. Dit is aangegeven met een P-tegel/markering of met een P-bord. Uitgezonderd zijn bestuurders met een gehandicaptenparkeerkaart zolang dit niet hinderlijk is voor het overige verkeer. Stadstoezicht en de politie kunnen hierop handhaven.

2. Binnen een 30 km/uur zone geldt uiteraard de maximumsnelheid van 30 km/uur. De kruispunten zijn meestal gelijkwaardig waarbij bestuurders van rechts voorrang hebben. Fiets- en autoverkeer maken meestal gebruik van dezelfde rijbaan. Er zijn wel uitzonderingssituaties waarbij op sommige kruispunten de voorrang wel geregeld is of waar er een apart fietspad is aangelegd.

De maximumsnelheid van een 30 km/uur zone wordt aan de randen van de zone met een zonebord aangegeven. De maximumsnelheid geldt binnen de gehele zone, tot het verkeersbord einde 30 km/uur zone. Dit betekent dat niet na elke kruising of in elke straat een verkeersbord staat dat de maximumsnelheid aangeeft.

3. Er is een duidelijk verschil tussen voorrang hebben en voorrang krijgen. Er zijn regels dat in bepaalde situaties voorrang moet worden verleend aan anderen. Ofwel, iemand krijgt voorrang van een ander als die ander ook daadwerkelijk voorrang verleend. Als u volgens de regels voorrang zou moeten krijgen, maar als uit de verkeerssituatie overduidelijk blijkt dat de ander u geen voorrang gaat verlenen, dan mag u geen voorrang nemen. 
De rol van de gemeente is het voor iedereen zo duidelijk mogelijk maken welke regels waar van toepassing zijn. Als u van mening bent dat een voorrangssituatie onvoldoende duidelijk is aangegeven, dan kunt u dit melden bij de gemeente. 

4. Wij weten dat er regelmatig fietsers en/of brommers over voetpaden of op de stoep rijden. Handhaving hierop is moeilijk omdat een fietser of brommer staande gehouden moet worden op het moment dat over de stoep of voetpad gereden wordt.
Het is verboden om op een stoep of voetpad te rijden met een fiets, bromfiets of auto. Dit is zo’n algemene regel dat wij verwachten dat alle verkeersdeelnemers dit weten. Overtreders doen dit doelbewust.
Alleen op locaties waar het niet duidelijk is dat een pad alleen voor voetgangers bedoelde is, worden extra borden op het voetpad geplaatst. 
De gemeente is zeer terughoudend met het plaatsen van sluishekken om (brom)fietsers op de stoep tegen te gaan in verband met de bereikbaarheid van bijvoorbeeld mindervaliden. 

5. Het is verboden om op een fietspad te rijden met een bromfiets of auto. Met bebording is dat bij alle fietspaden op de juiste manier aangegeven.
Wij weten dat er toch regelmatig bromfietsen en soms ook auto’s over fietspaden rijden. Handhaving hierop is moeilijk omdat een bromfiets of auto ter plaatse staande gehouden moet worden op het moment dat over het fietspad gereden wordt.
(Brom)fietsers en automobilisten begaan doelbewust deze overtreding. Op plekken waar vaak door auto’s op het fietspad gereden wordt, heeft de gemeente rood-witte palen geplaatst op het fietspad. Op veel plekken moeten deze in de winterperiode weggehaald worden in verband met de gladheidsbestrijdingsvoertuigen die erlangs moeten. 

6. Het kan altijd voorkomen dat iemand het eenrichtingsverkeer negeert. Dit kan zijn omdat het onduidelijk is dat er eenrichtingsverkeer geldt of omdat iemand met opzet tegen de rijrichting inrijdt. 
Als u van mening bent dat de verkeerssituatie niet voldoende duidelijk is, dan kunt u dit melden bij de gemeente. Vervolgens wordt de situatie beoordeelt en bekeken of deze verduidelijkt kan worden. 


Bebording

1. U kunt een digitale melding doen via het formulier Melding Openbare Ruimte
Als u liever een telefonische melding doet, dan kan dit via telefoonnummer 14 0475.

2. Voor de plaatsing of verwijdering van gebods- of verbodsborden of waardoor het gebruik van de weg voor bepaalde categorieën weggebruikers wijzigt, moet een verkeersbesluit genomen worden. Verkeersbesluiten publiceert de gemeente in het Elektronisch Gemeenteblad via de websie www.officielebekendmakingen.nl. Na publicatie ligt een verkeersbesluit 6 weken ter inzage en kunnen belanghebbenden eventueel bezwaar maken tegen het besluit. 
Bij de receptie van het Stadskantoor ligt het verkeersbesluit ook ter inzage. 

3. De gemeente is zeer terughoudend met het plaatsen van extra verkeersborden. Te veel verkeersborden zorgen voor een rommelig en onoverzichtelijk straatbeeld. Dit zou zelfs juist een averechts effect kunnen hebben op de verkeersveiligheid.

Meer verkeersborden zorgen per definitie niet voor een betere verkeersveiligheid.

De gemeente heeft als doel om te komen tot een helder stelsel van verkeersborden, met de juiste borden op de juiste plek en zonder overbodige borden. Daarom is ervoor gekozen om in principe alleen de wettelijk verplichte borden te plaatsen.

4. De regels van een 30 km/uur-zone zijn van kracht totdat men het verkeersbord einde 30 km/uur-zone tegenkomt. Dit betekent dat niet na elke zijstraat een verkeersbord geplaatst hoeft te worden die de maximumsnelheid aangeeft. In enkele gevallen zijn de 30 km/uur-zones groot en uitgestrekt. Dit zijn vaak ook wegen die niet direct de uitstraling hebben van een 30 km/uur straat. In deze gevallen kan de gemeente besluiten om de weggebruikers er aan te herinneren dat men zich binnen een 30 km/uur-zone bevindt. Vaak staat op deze plekken al een herhalingsbord. In alle overige gevallen worden in principe geen herhalingsborden geplaatst. 

5. In woonwijken kunnen automobilisten ‘’spelende kinderen’’ op de weg verwachten. De gemeente is terughoudend met het plaatsen van dit soort borden, omdat door de hoeveelheid borden dit bord uiteindelijk niet meer gaat opvallen. 

6. Het plaatsen van borden met ‘’uitgezonderd bestemmingsverkeer’’ werkt over het algemeen niet. Het is juridisch erg lastig om op deze borden te handhaven. Als mensen bijvoorbeeld aangeven dat zij op zoek waren naar een bepaald huisnummer, dan valt men al onder ‘’bestemmingsverkeer’’.

7. De veronderstelling dat eenrichtingsverkeer de oplossing is om hard rijden tegen te gaan is onjuist. Eenrichtingsverkeer lijkt een rustiger wegbeeld op te leveren, omdat er van de andere zijde geen verkeer verwacht hoeft te worden. Dat is op zich juist, maar bij het instellen van eenrichtingsverkeer gaat de gemiddeld gereden snelheid (zonder aanvullende maatregelen) omhoog. Een dergelijke maatregel biedt daarmee een schijnveiligheid. De regel is dat deze verzoeken afgewezen worden als maatregel tegen te hard rijden. 

Eenrichtingsverkeer wordt alleen overwogen bij smallere straten die doorstromingsproblemen geven en waarbij er goede alternatieven zijn om via andere wegen, de route te vervolgen. Een voorwaarde is ook in dit geval dat er door het instellen van eenrichtingsverkeer geen extra snelheidsprobleem ontstaat en dat er hiervoor draagvlak is in de buurt. 

8. Het zogenaamd ‘knippen’ van een weg brengt een aantal nadelen met zich mee, zoals het harder gaan rijden in de straat en op de wegen in de buurt wordt het drukker. Daarom zijn wij terughoudend met het veranderen van de verkeerssituatie. 


Verkeerslichten

1. U kunt een digitale melding doen via het formulier Melding Openbare Ruimte
Als u liever een telefonische melding doet, dan kan dit via telefoonnummer 14 0475.

2. De verkeersregels voor voetgangersoversteken zijn als volgt:

  • -    Groen licht: U mag oversteken
  • -    Groen knipperen: U mag niet meer beginnen met oversteken
  • -    Rood: U mag niet meer oversteken, maar wel uw oversteek afmaken, zonder dat het overige verkeer al op de oversteek is.

Als we de groentijd voor voetgangers (of fietsers) verhogen, verslechtert de doorstroming van het hele kruispunt. 

3. Het aanschaffen en onderhouden van een verkeerslicht is erg duur. Daarom moet het nut en de noodzaak van een verkeerslicht aangetoond zijn. De voorkeur gaat uit naar de aanleg van een rotonde in plaats van verkeerslichten. Verkeerslichten worden geplaatst op plaatsen waar een belangrijk sturingselement aanwezig is. Vanwege de hoge kosten van verkeerslichten, worden dit soort investeringen meestal opgenomen in een meerjarenprogramma. 


Overige verkeersvoorzieningen

1. In een 30 km/uur zone worden in principe geen zebrapaden aangelegd. Alleen op locaties met grote voetgangersstromen op meerdere momenten van de dag is een zebrapad mogelijk. De drukte op de weg die overgestoken moet worden speelt hierbij ook een rol. 

2. De gemeente is zeer terughoudend met het plaatsen van verkeersspiegels. Een spiegel is in de meeste gevallen geen oplossing voor het (zicht)probleem. Over het algemeen zorgen verkeersspiegels voor een vertekend beeld van de verkeerssituatie. Weggebruikers weten niet goed wat ze moeten zien in een spiegel en zijn daardoor juist afgeleid van het verkeer. 

Daarnaast zijn fietsers en voetgangers nauwelijks zichtbaar in een spiegel, omdat ze door de vertekening heel klein worden. Dit is nadelig voor de verkeersveiligheid. Het is daarbij ook nog moeilijk om de snelheid van een aankomend voertuig of afstanden via een spiegel in te schatten.

3. Soms is er sprake van zichtbelemmerende begroeiing. Over het algemeen is in een 30 km/uur zone alleen sprake van zichtbelemmering als de begroeiing dicht bij de rand van de rijbaan komt en zo hoog is dat het verkeer (vanuit een voertuig) er niet overheen kan kijken. 

Als er sprake is van zichtbelemmerende begroeiing, dan is de eigenaar van de beplanting verplicht deze te snoeien of eventueel te verwijderen.

4. De gemeente wil zo min mogelijk objecten, zoals wegmeubilair, plaatsen omdat het verkeer hierdoor afgeleid kan worden. De gemeente werkt daarom niet mee aan de aanschaf van groene verkeersmaatjes. 

5. De provincie Limburg is verantwoordelijk voor het openbaar vervoer in Limburg. Het vervoer zelf wordt uitgevoerd door Arriva. Suggesties, opmerkingen of klachten kunt u melden bij de provincie Limburg. Heeft u specifieke klachten over het openbaar vervoer, dan kunt u terecht bij Arriva.

 

 

Uw Reactie
Uw Reactie